PlusAchtergrond

Amsterdam is dé kweekvijver voor Airbnb, Uber en Gorillas, maar is steeds te laat om excessen te voorkomen

Dark stores van flitsbezorger zorgen voor veel overlast in woonbuurten.  Beeld Nina Schollaardt
Dark stores van flitsbezorger zorgen voor veel overlast in woonbuurten.Beeld Nina Schollaardt

Het innovatieminnende Amsterdam is een dankbare kweekvijver voor ‘disruptors’ als Airbnb, Uber, Flick en Gorillas. Minder vanzelfsprekend: een stevig én snel antwoord van de stad op de onvermijdelijke negatieve excessen. ‘Gemeenten moeten meebewegen met ontwikkelingen.’

Marc Kruyswijk

De volgende grote ‘disruptor’ voor Amsterdam, na eigenwoningverhuur, de taxi per app, deelfietsen en flitsbezorgers? Het zou zomaar de drone kunnen zijn. Tenminste, dat is waar de gemeente Amsterdam rekening mee houdt. Om voorbereid te zijn op wat mógelijk komen gaat, is een heus Amsterdam Drone Lab opgetuigd waar ambtenaren de mogelijkheden van de drone zelf onderzoeken, én de bijbehorende ambtelijke, juridische en maatschappelijke rompslomp.

Ambtenaren die niet na, maar voor de nieuwe disruptie nadenken over de gevolgen voor de stad. Of, zoals verantwoordelijk wethouder Egbert de Vries het zegt: “Dit is iets wat we proberen te snappen voordat het allemaal heel groot is en onvermijdelijk op ons afkomt.” En even later in het gesprek: “Je kunt er maar beter bij zijn, dan dat het allemaal om je heen gebeurt.”

De eerste signalen van een dronerevolutie in de stad zijn er. Sinds kort oefent de brandweer ermee: is het nuttig om de meldkamer een drone vooruit te laten sturen na een melding? Gaat het om een grote of kleine brand? Is de weg vrij of nopen opstoppingen tot een andere aanrijroute?

Afgelopen oktober liet een restaurant in de A’DAM Toren een maaltijd afleveren op het hoofdkantoor van Just Eat Takeaway.com. Apothekers die medicatie afleveren bij patiënten thuis, vragen zich af of die auto in de toekomst ook een drone kan zijn. En als het met medicijnen kan, waarom dan niet ook pizza’s door de lucht bij de klant afleveren? Voordat je het weet zou het luchtruim van de stad vergeven kunnen zijn van drones.

Negatieve bijeffecten

Amsterdam is door schade en schande wijs geworden, na ruim een decennium ervaring met disruptors als Uber, Airbnb, Flick en Gorillas. De stad is bij uitstek een kweekvijver gebleken voor innovatieve bedrijven die nauwgezet weten in te spelen op de behoeftes van bewoners. Wat ook is gebleken: veel van die innovatie ging gepaard met bijeffecten waarover steen en been werd geklaagd.

De excessen die verhuurplatfom Airbnb (sinds 2008) veroorzaakte, staan nog vers in het geheugen: toeristen in woonbuurten hielden er een heel ander ritme op na en veroorzaakten overlast, huizenprijzen werden er verder door opgedreven en sommige Amsterdammers voelden zich ontheemd in eigen buurt.

Ook Uber (sinds 2012) deed iets wat er nog niet was: klanten konden zonder tussenkomst van een centrale een veel goedkopere taxi aan huis laten komen. Uberchauffeurs hoefden zich aan veel minder regels te houden dan de traditionele collega’s, met een aantal dodelijke ongevallen tot gevolg.

In de zomer van 2017 werd Amsterdam ineens overspoeld door een nieuw fenomeen: de deelfiets – zoals die van oBike, Flick en Donkey Republic – deed zijn intrede. Met duizenden tegelijk werden ze neergeplempt in de stad, waarna iedereen die een app op zijn telefoon had geïnstalleerd kon fietsen. Het werd een chaos, de verroeste barrels worden nog altijd aangetroffen in bosschages en grachten.

De laatste ontwikkeling denderde het afgelopen jaar over Amsterdam heen: flitsbezorgers. De bezorgers op fietsen van onder meer Zapp, Getir, Flink en Gorillas scheuren met tientallen tegelijk door kleine straatjes om binnen tien minuten de bestelde boodschappen bij de voordeur af te leveren. Er wordt stevig gebruik van gemaakt, maar de overlast die de ‘dark stores’ (magazijnen) veroorzaakten in woonbuurten, leidde tot onvrede. Regeltechnisch kon het: in tegenstelling tot bij een supermarkt, is een gemeentelijke vergunning niet nodig.

Amsterdam werd in de zomer van 2017 overspoeld met deelfietsen, zoals deze van Donkey Republic. Vooral het centrum lag al snel vol met afgedankte exemplaren. Beeld Nina Schollaardt
Amsterdam werd in de zomer van 2017 overspoeld met deelfietsen, zoals deze van Donkey Republic. Vooral het centrum lag al snel vol met afgedankte exemplaren.Beeld Nina Schollaardt

Omzetten in beleid

Gemene deler van al deze nieuwe ontwikkelingen: de overheid wekt de indruk machteloos te staan in de bestrijding van de ongewenste gevolgen van de nieuwe businessmodellen. Bedrijven fietsen door de mazen in de wet. Die wet is vaak niet afgesteld op innovaties. Het maakt dat gemeenten lang niet zo flexibel zijn als bedrijven, zegt Martijn Stekelenburg, adviseur op het gebied van disruptie. “Als er één verschil is tussen de overheid en het bedrijfsleven is het wel dat ondernemers gecalculeerd risico’s nemen, terwijl de overheid meestal tracht alle vormen van risico’s weg te managen.”

De overheid moet het algemeen belang in het oog houden en is beducht op boze inwoners aan wier belangen mogelijk niet gedacht is. “Dat maakt de overheid vaak zeer zorgvuldig, maar traag, bureaucratisch en inflexibel. Dat is een belangrijke belemmering. Bedrijven hebben een makkelijker doel: liggen er kansen voor mij? Hoeveel speelruimte heb ik? Nou, vaak is dat veel speelruimte.”

Zo is er jarenlang gesteggeld over Airbnb. Het Parool schreef voor het eerst in 2010 over dit deelbedrijf (een vriendelijk stuk over een sympathiek nieuw fenomeen), niet lang erna brak onrust uit. Kanttekeningen groeiden uit tot verzet tegen lallende vrijgezellenfeesten in woningen en de teloorgang van de sociale cohesie. Verbieden kon niet en in tien jaar tijd vaardigde de gemeente een lange serie maatregelen uit om de gevolgen van de massale vakantieverhuur onder controle te krijgen.

Inmiddels is er enige grip: er is een maximum aantal dagen waarop de woning mag worden verhuurd, sommige buurten zijn helemaal uitgesloten, en bewoners die hun huis aanbieden moeten een vergunning aanvragen. Daarnaast geldt sinds 2020 een registratieplicht.

Marcel Boogers, hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente, verbaast zich soms over de manier waarop gemeenten omgaan met vernieuwingen. “Met name Amsterdam is een stad met een heel goede informatiepositie: ze hebben goed in de gaten wat er speelt in de stad aan innovaties. Maar het omzetten in beleid heeft vaak veel voeten in de aarde.”

Snel schakelen

Volgens Stekelenburg schieten gemeenten vaak in een kramp. “Dergelijke innovaties komen zelden vanuit de overheid, het overkomt ze. Dat was het geval bij Uber. Bovendien werken gemeenten vaak heel erg topdown: ze zijn niet wendbaar en hebben weinig instrumenten om uit de problemen te komen.”

Het is belangrijk dat gemeenten hun zaken op orde krijgen, benadrukt Stekelenburg, want we gaan de komende jaren nog heel veel nieuwe technologische ontwikkelingen zien. “Met name als het gaat om werkgelegenheid, wonen, vervoer en transport, en energie zullen tot 2030 grote veranderingen gaan optreden die van invloed gaan zijn op het dagelijks leven van inwoners.”

Snelheid wint daarbij aan belang, zegt hoogleraar Boogers. “Bedrijven kunnen vaak in een razend tempo schakelen. Het is niet meer zoals voorheen dat de gemeente in de gelegenheid was om eerst eens heel rustig te gaan nadenken. Er moet worden gehandeld.”

Juist dat handelen luistert nauw, zegt Boogers, want als de disruptors tot op heden iets hebben geleerd, is het dat er een markt is voor hun diensten. “Domweg verbieden heeft geen zin: er is vaak vraag naar wat dergelijke bedrijven bieden, kijk bijvoorbeeld naar de flitsbezorgers. Bovendien zit vernieuwing in het dna van steden, Amsterdam mag niet stilstaan. De gemeente moet ervoor zorgen dat het niet uit de hand loopt.”

Volgens Boogers kunnen uitwassen worden voorkomen door alert te zijn. Ambtelijke diensten zijn vaak sectoraal verdeeld, waardoor het gevaar bestaat dat ze langs elkaar heen gaan werken, zegt hij. “Terwijl gemeenten juist moeten meebewegen met ontwikkelingen.”

Het gemeentelijke Amsterdam Drone Lab is bezig met het opstellen van regels voor bedrijven die drones willen inzetten voor bezorgingen. Beeld Nina Schollaardt
Het gemeentelijke Amsterdam Drone Lab is bezig met het opstellen van regels voor bedrijven die drones willen inzetten voor bezorgingen.Beeld Nina Schollaardt

Niet alles is te voorzien, zegt Stekelenburg, maar gemeentes kunnen wel voorbereid zijn. Zo kostte het Amsterdam jaren om een antwoord te formuleren op Airbnb, maar kondigde de gemeente afgelopen week, na een jaar flitsbezorgers, een verbod op nieuwe dark stores af. “Je kunt betere voelsprieten ontwikkelen. Onderhoud goede contacten met het bedrijfsleven en universiteiten, en betrek ze actief bij beleidsvorming. Disruptie is meestal een kans voordat het een bedreiging vormt. Benoem mensen in de ambtelijke organisatie die zich volledig op deze kansen richten.”

Dat is precies waar de drones weer om de hoek komen kijken, zegt De Vries. “Een aangestelde ‘Chief Technology Office’ houdt zich met dit, en veel meer onderwerpen bezig. Sommige van die sporen lopen dood, maar als vernieuwende ontwikkelingen een vlucht nemen, is het belangrijk dat we er niet door worden overvallen en voorbereid zijn op wat komen gaat.”

Hoe gaan andere grote steden om met disruptors?

Amsterdam is niet de enige stad die worstelt met de negatieve effecten van nieuwe ontwikkelingen. Toen Uber en Airbnb zo’n tien jaar geleden hun intrede deden, leidde dat snel tot protesten. In New York werd Airbnb verboden, hoewel er nog wel werd verhuurd. In Berlijn werd een verbod na meerdere rechtszaken teruggedraaid. Barcelona, dat optrok met Amsterdam, voerde een vergunningensysteem in voor vakantieverhuur.

Duitsland worstelt met Uber: een regionale rechtbank oordeelde dat het bedrijfsmodel van het platform illegaal was, maar een landelijk verbod stuitte op juridische haken en ogen. In Londen, Parijs en New York werd geprotesteerd tegen het bedrijf. Ook Brussel worstelt nog steeds met het bedrijf.

De flitsbezorgbedrijven rukken overal in Europa op, maar leveren voor zover bekend nog nergens zoveel overlast op als in Amsterdam. In België worden ze nog liefkozend ‘bollekes’ genoemd, ‘voor elk goestingske’.

Deelfietsen en vooral deelstepjes (die in Nederland vooralsnog niet zijn toegestaan) zorgen over de grenzen voor grote problemen: ze worden vaak midden op straat achtergelaten. In Kopenhagen werden steps onlangs helemaal verbannen, maar een maand later mochten ze toch terugkeren onder strikte voorwaarden. In Oslo zijn er strenge regels sinds juli, zoals een maximum van 8000 steps (tegenover 20.000 ervoor) en een verbod om ze ’s nachts te gebruiken.

Ook in Brussel wil het parlement het gebruik van deelsteps en -fietsen beter reguleren, zodat gemeenten mensen kunnen verplichten om de voertuigen in bepaalde zones te parkeren, zij de maximumsnelheid in voetgangerszones omlaag kan.

Meer over