PlusAnalyse

Amsterdam bleek toch niet zo maakbaar als dit kneiterlinkse college dacht

Een lege stad leek even rustig, maar bleek al snel schadelijk te zijn voor heel Amsterdam. Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett
Een lege stad leek even rustig, maar bleek al snel schadelijk te zijn voor heel Amsterdam.Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett

In het Amsterdamse stadhuis is de ‘kneiterlinkse coalitie’ nu bijna vier jaar aan de macht. Zelden had een college grotere ambities dan dit stadsbestuur, maar ook de tegenslag was ongenadig hard.

Ruben Koops

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid.’ Met de woorden van dichter Herman Gorter op de omslag van het coalitieakkoord van GroenLinks, D66, PvdA en SP werd de ambitie van die progressieve partijen in één zin duidelijk. Na de raadsverkiezingen van 2018, overtuigend gewonnen door GroenLinks, moest er een helder onderscheid komen met het overwegend liberale stadsbestuur van D66-VVD-SP uit de jaren daarvoor.

‘De koers van de stad wordt duidelijk verlegd’, beloofde GroenLinksvoorman Rutger Groot Wassink bij de start. Maar grote ambities brengen onherroepelijk een hoger afbreukrisico met zich mee. De vraag is, aan de vooravond van de verkiezingen van 2022: is het de meest linkse coalitie in jaren gelukt om de stad te veranderen?

AEB en preventief fouilleren

Vergeleken met de hoopvolle ambities uit 2018 is de stand van zaken op het eerste gezicht dramatisch. Niet alleen door de bravoure uit 2018 maar vooral door domme pech lijkt de stad momenteel juist minder progressief te zijn dan voorheen. Het meest linkse stadsbestuur in jaren gaat de geschiedenisboeken in als de coalitie die de gemeentelijke vuilverbranding AEB verkocht aan de hoogste bieder en die ondertussen lijdzaam toekeek hoe burgemeester Halsema preventief fouilleren invoerde in Amsterdam. Niet bepaald wapenfeiten waar linkse partijen bekend om willen staan.

Wel daadkrachtig was de symboliek, zoals het weghalen van de I Amsterdamletters op het Museumplein in 2019. Maar dat schoot het merendeel van de stad juist in het verkeerde keelgat. Wat cadeaus aan de stad hadden moeten zijn, een nieuw theater De Meervaart in Nieuw-West en een grote nieuwe bibliotheek op de Zuidas, veranderden in hoofdpijndossiers doordat de stad niet goed werd betrokken.

De rood-witte letters van I Amsterdam worden weggetakeld van het Museumplein. Beeld ANP
De rood-witte letters van I Amsterdam worden weggetakeld van het Museumplein.Beeld ANP

Het besef dat dit college ‘de marketing niet altijd op orde had’, zoals D66-wethouder Simone Kukenheim zich eind november in een debat liet ontvallen, lijkt inmiddels te zijn ingedaald. In het laatste kwartaal van 2021 is het stadsbestuur aan een eindspurt begonnen om de kiezer bij de raadsverkiezingen van 16 maart aanstaande nog wat concrete resultaten te kunnen laten zien.

Wethouder Victor Everhardt (Economische Zaken) kondigde eindelijk een maatregel aan die de hotelstop zo goed als definitief maakt, terwijl wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid) een akkoord sloot met de woningbouwcorporaties om 4000 huishoudens aardgasvrij te maken. Wethouder Groot Wassink (Democratisering) profiteert ervan dat er een uitgeklede variant van een burgerforum (over klimaat) werd gehouden en wethouder Egbert de Vries (Verkeer) mocht de verlaging van de maximumsnelheid naar 30 kilometer per uur op stadswegen aankondigen.

Toch klinken sommige zinnen uit het coalitieakkoord van 2018 met de kennis van nu grenzeloos naïef. ‘Alleen durf en vastberadenheid zijn nodig om onze mooie, levende, lieve stad te laten doen wat zij als geen ander kan: schitteren!’ Aan durf geen gebrek, maar Amsterdam bleek toch een stuk minder maakbaar dan GroenLinks, D66, PvdA en SP dachten.

Een lege stad

Eerlijk is eerlijk, veel van de tegenslagen uit de afgelopen vier jaar vinden hun oorsprong niet direct in Amsterdam of in het falen van GroenLinks, D66, PvdA en SP. Zoals de vorige coalitie tussen 2014 en 2018 verrast werd door de groei en het succes van de stad, zo kreeg dit stadsbestuur halverwege haar termijn volkomen onverwacht te maken met de uitbraak van de coronapandemie. Het virus trof deze stad, die van oudsher drijft op de kennis- en bezoekerseconomie, midscheeps. Hotels en restaurants moesten dicht, expats gingen naar huis en toeristen bleven massaal weg.

Al snel werd duidelijk dat heel Amsterdam lijdt als bezoekers niet meer naar de binnenstad komen. Hoewel Den Haag ruimhartig bijsprong met noodsteun, was het in 2020 alsnog nodig om meerjarige bezuinigingen en lastenverzwaringen door te voeren van 200 miljoen euro per jaar. Een tegenslag van dit formaat heeft Amsterdam sinds de financiële crisis van 2010-2013 niet te verwerken gehad.

Pijnlijke bezuinigingen volgden, zoals op de bibliotheken en mantelzorgers. Na een storm van maatschappelijk protest werden die in sommige gevallen geschrapt of verzacht, maar toen stond de negatieve beeldvorming van een links stadsbestuur dat bezuinigt op de bieb reeds als een huis. Het is een goed voorbeeld van die onhandige marketing die deze coalitieperiode regelmatig de kop op stak. Was er bij GroenLinks, D66, PvdA en SP niemand die waarschuwde dat een bezuiniging op de bieb of op mantelzorgers weinig geld oplevert, maar wel enorme imagoschade, vooral voor progressieve partijen? GroenLinkswethouder Van Doorninck probeerde de volkstuinhouders een grote huurverhoging op te leggen, nog zo’n bestuurlijke beslissing waar Amsterdammers niets van begrepen.

Tegenstanders van de komst van megawindturbines in de buurt van woningen en natuur voerden in mei actie in Amsterdam. Beeld ANP
Tegenstanders van de komst van megawindturbines in de buurt van woningen en natuur voerden in mei actie in Amsterdam.Beeld ANP

Ruimte voor windmolens

Vaak was het onhandigheid maar op sommige dossiers koos deze coalitie doelbewust voor een confrontatie met de stad. ‘We streven ernaar om de groene koploper van Nederland en Europa te worden.’ Dat heeft de coalitie geweten. Niets heeft deze coalitieperiode de gemoederen zo bezig gehouden als de komst van windturbines ten oosten van Amsterdam. De maatschappelijke ophef was enorm.

Tot in de landelijke dagbladen werd geschreven over de hypocrisie in wijken zoals IJburg, waar GroenLinks in 2018 goed scoorde maar waar de bewoners op hun achterste benen gingen staan toen de stad op zoek ging naar ruimte voor wind op land. Ook in Noord was het verzet onder leiding van bewonersbereniging Windalarm fel, zo fel dat de coalitiepartijen intern botsten over de vraag of het niet een onsje minder kon dan de zeventien windmolens die wethouder Van Doorninck ambieerde.

Maar op dit onderwerp heeft GroenLinks de poot stijf gehouden. Hoewel er nu nog geen windmolens staan, zijn de gebieden waar ze mogen komen wel aangewezen. In 2025 zouden de eerste windmolens kunnen draaien, als de juridische procedures meezitten. En dat is, in een van de dichtstbevolkte delen van Europa, politiek een behoorlijke prestatie. Daar staat tegenover dat het aardgasvrij maken van drie wijken niet van de grond is gekomen en dat de beloofde groei naar een miljoen zonnepanelen in 2022 waarschijnlijk niet wordt gehaald.

De Pontkade in Noord. De huizenprijzen bleven doorstijgen, het aanbod is alleen maar krapper geworden.  Beeld ANP
De Pontkade in Noord. De huizenprijzen bleven doorstijgen, het aanbod is alleen maar krapper geworden.Beeld ANP

Woningmarkt

Ook aan de wooncrisis is te merken hoe weinig invloed het stadhuis eigenlijk heeft op de grote problemen van deze tijd. ‘Meer grip van de gemeente op de woningmarkt’ was de belofte van GroenLinks, D66, PvdA en SP in 2018. Maar door de lage rente en Haags stimuleringsbeleid voor huizenbezitters stegen de prijzen onverminderd door, terwijl het aanbod alleen maar krapper is geworden.

Amsterdam deed wat het kon. In 2021 lijkt het er zelfs op dat de belofte van 1670 nieuwe huurwoningen in het krappe middensegment (tot 1000 euro huur per maand) voor het eerst is gehaald. Maar nu blijven de woningcorporaties achter met hun taakstelling van 2500 sociale huurwoningen per jaar. Ook het ‘zoveel mogelijk tegenhouden van de verkoop van sociale huurwoningen’, een andere belofte uit het coalitieakkoord, is niet van de grond gekomen.

Waar wel succes werd geboekt, is het overtuigen van de regering in Den Haag dat er strengere wetgeving nodig is om excessen in te dammen. Zo treedt in 2022 de opkoopbescherming in werking, waardoor beleggers geen koopwoningen tot 512.000 euro meer mogen kopen om te verhuren. Ook de mogelijkheid voor gemeenten om koopwoningen toe te wijzen aan middeninkomens is een recent lobbysucces, dat onder Amsterdamse druk tot stand kwam.

De afschaffing van de verhuurderheffing, die Amsterdamse woningcorporaties relatief het zwaarste treft, is, net als de strengere regulering van verhuurplatforms als Airbnb, mede te danken aan Amsterdamse wethouders die de deur platliepen in Den Haag.

Er zijn nog maar drie maanden over voor dit stadsbestuur om concreet resultaat te laten zien. Dat is harder nodig dan in andere verkiezingen, want door corona en de lange kabinetsformatie is het sentiment onder kiezers niet positief voor zittende partijen. Het vertrouwen in de politiek is sowieso tot een dieptepunt gezakt. De voedingsbodem voor nieuwkomers die zeggen dat ze alles anders willen doen, ook op lokaal niveau, is lang niet zo groot geweest.

Wat is er van de beloften terechtgekomen?

Gehaald
Opvang ongedocumenteerden – Sinds wethouder Rutger Groot Wassink een deal sloot met het kabinet over de opvang van 500 ongedocumenteerden, is het rustig op dit dossier, na jaren van kraakacties door We Are Here.

Verhuurvergunning – Met de invoering van de opkoopbescherming (zelfwoonplicht) in 2022 via een aanpassing van de Woningwet wordt deze langgekoesterde Amsterdamse wens om beleggers de pas af te snijden vanaf volgend jaar realiteit.

Opheffen parkeerplaatsen – In 2025 zouden er tot wel 11.000 parkeerplaatsen opgeheven moeten zijn in Amsterdam. De teller stond in 2020 op 1271 tegen geringe maatschappelijke ophef.

Verbeteren taximarkt – In 2022 komt er na tien jaar problemen en klachten een einde aan het verschil tussen taxi’s op de standplaatsen en de taxi’s zoals Uber die met een app op de telefoon worden besteld.

Groei van aantal hotelbedden beperken – De hotelstop is in 2022 eindelijk definitief gemaakt door middel van strengere erfpachtregels voor nieuwe hotelaanvragen.

Javabrug – De brug over het IJ ter hoogte van het Java-eiland naar Noord komt er definitief niet na bezwaren van Rijkswaterstaat. Het stadsbestuur is wel voornemens begin 2022 een eerste besluit te nemen over een nieuwe brug ter hoogte van het Azartplein.

Niet gehaald
7500 nieuwe woningen per jaar – De teller stokt in 2021 waarschijnlijk op iets meer dan 7000 nieuwe woningen, waardoor deze concrete belofte niet wordt gehaald. Alleen in 2018 is dat aantal gehaald. Dit jaar is voor het eerst wel de beloofde hoeveelheid nieuwe middeldure huurwoningen (1670 stuks) gebouwd, het segment waar de krapte het grootst is.

Cruisehaven buiten Amsterdam – Wegens gebrek aan belangstelling bij omringende gemeenten komt de nieuwe Passenger Terminal Amsterdam in de Coenhaven, en niet zoals beloofd in het coalitieakkoord buiten de stad.

Parkeervrij maken smalle grachten – Gemeentelijk onderzoek wijst uit dat de Herengracht zich het beste leent om geheel parkeervrij te worden gemaakt, maar concrete besluiten zijn er tot op heden niet.

Experiment 6 uur durende werkdag – Tot hilariteit van een groot deel van de rest van Nederland werd in 2018 een 6 uur durende werkdag aangekondigd voor Amsterdamse ambtenaren, maar in 2020 weer afgevoerd. Het blijkt juridisch onmogelijk om zoiets binnen de huidige cao te organiseren.

Minder gelukkig, wel tevreden met het bestuur

Gemeentelijk onderzoeksbureau OIS doet geen specifiek onderzoek naar de populariteit van de coalitie of het beleid. Toch zijn er een aantal indicatoren die iets zeggen over de tevredenheid van de bevolking.

Allereerst is er het stemgedrag van Amsterdammers tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Coalitiepartij D66 kreeg met 23 procent van de stemmen de meeste steun, maar GroenLinks wist slechts 10 procent van de Amsterdamse kiezers aan zich te binden, terwijl dat in 2018 20 procent was. Ook coalitiepartijen PvdA en SP leverden dit jaar in ten opzichte van hun resultaat bij de gemeenteraadsverkiezingen.

In de Burgermonitor houdt OIS wel bij hoe het welzijn en de welvaart van de bevolking zich ontwikkelen. Zo is de Leefsituatie-index, die sinds 2004 stijgend was, in 2018 voor het eerst gedaald van 105 (index) naar 102 vorig jaar. Dit is een concrete aanwijzing dat Amsterdammers hun leefsituatie zien verslechteren.

Ook het geluksgevoel van Amsterdammers is afgenomen. In 2018 noemde 75 procent van de inwoners zich een gelukkig mens, nu is dat nog maar 70 procent. Maar Amsterdammers lijken hier de Stopera niet de schuld van te geven. Hun oordeel over de Amsterdamse samenleving (gemiddeld rapportcijfer 6,8) en het Amsterdamse stadsbestuur (gemiddeld rapportcijfer 6,2) is vergeleken met de start van de coalitie nagenoeg gelijk gebleven, aldus OIS.

Meer over