PlusInterview

Ambulancebroeder over toenemend geweld tegen hulpverleners: ‘Een beetje fatsoen, meer vraag ik niet’

Ambulancemedewerker Gert Terink. Beeld Ivo van der Bent
Ambulancemedewerker Gert Terink.Beeld Ivo van der Bent

Bij de rellen in Den Haag vloog een baksteen door de ruit van een ziekenwagen en onlangs werden ambulancebroeders hard toegetakeld. Volgens ambulancemedewerker Gert Terink (59) worden de lontjes in de pandemie steeds korter. ‘Een beetje fatsoen, meer vraag ik niet.’

Malika Sevil

Je zou het niet verwachten, maar een ritje naar een lichtgewonde is in potentie penibel. Ambulancemedewerker Gert Terink (59) heeft het al ontelbare keren meegemaakt in zijn dertig jaar op de wagen. “Stel: iemand valt van zijn fiets en heeft een flinke wond die moet worden gehecht. Omstanders bellen de meldkamer en wij worden erop afgestuurd. Als er behalve de wond niets met zo’n man aan de hand is, dan hoeven wij hem niet mee te nemen naar een ziekenhuis. We maken de wond schoon, doen er een verband op, maar dan moet hij zelf naar de huisarts(enpost) of de spoedeisende hulp.”

Nou, en die boodschap kan behoorlijk verkeerd vallen. Vooral bij de omstanders, zegt Terink. “Die eisen dan op hoge toon dat je hun vriend meeneemt. Dat kan best bedreigend worden, zeker als er een groep om je heen staat. Een keer heb ik ook écht iemand naar het ziekenhuis gebracht, terwijl het medisch helemaal niet nodig was, maar alleen om de lieve vrede te bewaren. Dat is erg, want in het ziekenhuis hebben ze het al hartstikke druk.”

Een kleine maand geleden liep zo’n ritje compleet uit de hand bij twee collega’s die door de meldkamer naar een vakantiepark in Biddinghuizen waren gestuurd. Toen de twee, na telefonisch overleg met de arts, besloten dat het niet nodig was om de patiënt naar het ziekenhuis te brengen, sloegen de stoppen door bij de omstanders die de ambulancemedewerkers te lijf gingen. De twee werden ernstig toegetakeld, tot aan botbreuken aan toe. “Dat is toch verschrikkelijk.” Wat die mensen bezielt? Terink begrijpt het oprecht niet. “Wij komen toch echt om mensen te helpen.”

Middelvingers en geschop

Afgelopen weekend haalde weer een incident het nieuws: bij de rellen in de Haagse Schilderswijk werd een baksteen door de ruit aan de bijrijderskant van de ambulance gegooid. De verpleegkundige zat op dat moment bij de patiënt achter in de ambulance, anders was dit anders afgelopen.

Voorzitter Jan Hoefnagel van de beroepsvereniging V&VN Ambulancezorg heeft op video een noodkreet naar buiten gebracht. Hij is het spuugzat. “Scheldpartijen, duwen, trekken, intimideren, wat je in de media ziet is maar het topje van de ijsberg.” Hij roept ambulancemedewerkers op al dit soort verhalen te delen, zodat de V&VN een statement kan maken.

Terink, die als ZZP-er in Amsterdam en Zaandam op de ambulance zit en op persoonlijke titel spreekt, heeft genoeg ervaringen. Hij is gelukkig zelf nooit fysiek aangevallen, maar van een schop tegen de ambulance kijkt hij niet meer op. “Dan rij je stapvoets door een uitgaansgebied, en dan hoor je ineens een beuk.” Nee, daar stoppen ze niet voor. Dat is vragen om problemen en bovendien is de dader niet meer terug te vinden in de menigte. “Niet dat ik het normaal vind, helemaal niet zelfs. Maar ik ben er inmiddels wel aan gewend geraakt.”

Middelvingers, ook daar schrikt hij niet meer van. “Dan staan we met alle toeters en bellen stil achter een dubbel geparkeerde auto en dan komt de eigenaar op zijn dooie gemak uit een winkel gewandeld met zijn middelvinger in de lucht.” Een nieuw fenomeen is dat patiënten op hun telefoon gaan zitten appen, terwijl ze achterin de ambulance door Terink worden opgelapt. “Dan zeg ik: ‘Zo kan ik je niet helpen, jongen’. Ik moet toch allemaal vragen stellen, bijvoorbeeld of iemand pijn heeft. Dat gaat niet als iemand op zijn telefoon zijn vrienden zit te appen. Soms willen ze hun telefoon ook niet wegleggen.”

Filmende omstanders

Discussies over mondkapjes, ook zoiets. Helemaal nieuw is het niet, maar hij wordt ook vaak gefilmd. “Dan kom je uit een huis waar koolmonoxide is gemeten en dan staan daar tien man met een telefoontje in de lucht. Die staan je dan te filmen – ook volwassenen, ja.” Jongeren gaan nog een stapje verder. “Als we een jonge patiënt naar het ziekenhuis moeten brengen, dan mag er wel eens ter geruststelling een vriendje mee. Maar soms zitten ze me dan stiekem te filmen. Straks sta ik op YouTube. Ik lig er niet wakker van, maar het is eigenlijk best bedreigend. We weten immers dat er beelden van politieagenten zijn rond gegaan op sociale media. En die zijn thuis opgezocht.”

Een beetje fatsoen voor de hulpverleners, meer verlangt hij niet. Terink houdt van zijn vak. In spannende situaties voelt hij zich goed beschermd door de politie, het is dankbaar werk en veruit de meeste mensen zijn blij dat hij komt. “Het is maar een kleine groep die zich zo gedraagt. En dat lijkt in de coronacrisis wel erger te worden.” Hij hoopt dat aandacht voor het onderwerp iets doet aan bewustwording, maar heel veel fiducie heeft hij daar ook niet in. “Inmiddels rijd ik rond met steekwerende vesten achter in mijn ambulance. Ik draag ze nog niet, maar ik heb altijd gezegd: Als dat nodig is, dan stop ik ermee.”

Meer over