PlusExclusief

Acteur Walid Benmbarek: ‘Mocro Maffia stereotyperend? Irritant als mensen dat zeggen’

‘Ik kan me herinneren hoe verdrietig ik was; wat moest ik hier?’
 Beeld Erik Smits
‘Ik kan me herinneren hoe verdrietig ik was; wat moest ik hier?’
Beeld Erik Smits

Acteur Walid Benmbarek woont met zijn gezin op IJburg – niet bepaald Mocro Maffia. Hij vindt het er diverser dan in West, waar hij vandaan komt. ‘Mijn dochters zitten in een klas met een goede mix. Surinaams, Indisch, Chinees, Arabisch. Dat vind ik mooi.’

Robert Vuijsje

Het probleem, als je het zo kunt noemen, is dat Walid Benmbarek uiterlijk nu eenmaal lijkt op het personage dat hij speelt in Mocro Maffia. “Ik ben niet klein, kaal, zie er getraind uit. Aan mensen op straat zie ik dat ze het niet goed kunnen inschatten: hij ziet er zo uit, laten we maar voorzichtig zijn. Daarna doen ze wel enthousiast. Het is een sterk personage, de kijkers behandelen me echt met respect.”

In de Videolandserie, het vierde seizoen is net begonnen, speelt Benmbarek de rol van Adil, voormalig kickbokser en tegenwoordig topcrimineel. “Als je aan acteurs vraagt wat ze ooit nog willen spelen, zullen de meesten zeggen: een bad guy. Het staat zo ver van je af. Adil is zwart en ik ben wit. Ik lach de hele dag, hij is altijd boos.”

In het echte leven woont hij op IJburg, wat dan weer minder Mocro Maffia is. Het stadsdeel van de bijnamen. “Waaiburg, omdat het hier altijd waait. En Scheidburg, door de vele scheidingen.”

Hoe kwam je daar terecht?

“In 2011 dacht ik: in deze stad ben ik geboren, ik wil nooit meer weg, waar zullen we een huis kopen? Waar woon ik nog steeds in Amsterdam en voelt het toch rustig en dorps? Op IJburg kon je in die tijd mooie en nieuwe woningen kopen voor een goede prijs.”

“Hier woont een goeie mix. Mijn dochters zitten in een klas met een enorme diversiteit. Surinaams, Indisch, Chinees, Arabisch. Dat vind ik mooi. In West, waar ik vandaan kom, rond Plein ’40-’45, was het minder divers. Daar zag je vooral mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst.”

De eerste vijf jaar van zijn leven woonde hij in Amsterdam, daarna zes jaar in Tunesië, toen kwamen ze weer terug, eerst naar de Bilderdijkstraat. “Mijn moeder is Tunesisch-Marokkaans, mijn vader Frans-Marokkaans. Hun plan was: nog een paar jaar hard werken in Nederland, zonder de kinderen, en daarna een leven in Tunesië.”

“De eerste twee, drie jaar woonden wij bij mijn oma en tante, daarna kwamen mijn ouders erbij. Mijn moeder begon in Tunesië een kledingzaak, mijn vader had een garage en importeerde auto’s en kleding. Eindelijk konden ze zelf ondernemen. In Nederland werkten ze in fabrieken.”

En toen?

“Ze hadden toch de verschillen onderschat. De mentaliteit in Tunesië was anders dan wat mijn ouders gewend waren in Europa. In juli 1991 kwamen we terug. Mijn moeder dacht dat ik nog wel Nederlands zou spreken, maar ik wist niets meer. Ik kan me herinneren hoe verdrietig ik was; wat moest ik hier?”

“Op het Berlage Lyceum kwam ik in een schakelklas met allemaal leerlingen die de taal niet spraken. Daar keken ze wat je niveau was. Ik ging havo doen, na een jaar sprak ik weer Nederlands. Voetballen, op straat spelen, het ging snel.”

De woning in de Bilderdijkstraat was te klein voor een gezin met zes kinderen. “Na een jaar verhuisden we naar Slotermeer. Dat was wel anders.”

Hoe dan?

“Ik had me nooit Marokkaans gevoeld. Als je het op mijn 8ste aan me had gevraagd, zou ik hebben gezegd dat ik Tunesisch was. Technisch gezien was ik meer Marokkaans omdat mijn ouders allebei dat bloed hebben, maar ik woonde in Tunesië. Op mijn vijftiende voelde ik me Marokkaans. Ik ging ook Arabisch spreken met het Marokkaanse dialect, niet meer Tunesisch.”

Hoe verschillen die landen van elkaar?

“Tunesië is moderner, minder traditioneel. Het is geen toeval dat de Arabische Lente daar begon. Het is een vrijere manier van denken. In ons gezin zag je dat ook. Mijn moeder droeg geen hoofddoek en trok aan wat ze wilde. Strakke broeken, korte rokken. Dat zag je niet bij andere vrouwen in Amsterdam-West.”

Werd daar iets van gezegd?

“Ik kreeg nooit het gevoel dat het raar was of niet werd geaccepteerd. Zelf droeg ik oorbellen of een piercing in mijn wenkbrauw. Soms zeiden andere jongens dat zoiets niet mocht van ons geloof. Ik was mondig genoeg om een weerwoord te geven.”

“Dat vond ik altijd mooie discussies. Waarom zou ik geen oorbel mogen hebben? Een ander draagt een gescheurde spijkerbroek, mag dat wel? En hoe kom je aan die gedachten over wat wel en niet zou mogen? Denk je dat zelf? Of praat je iets na wat je van anderen hebt gehoord?”

Wat wilde je worden?

“Mijn moeder zei altijd dat ik slim was, ik kon goed leren. Ik moest een hbo-studie doen. In de Arabische wereld is piloot zijn een statussymbool. Ze zei steeds: ik wil heel graag dat jij piloot wordt. En dan weer: het is mijn wens dat jij piloot bent. Als iemand iets zo vaak zegt, ga je geloven dat je het zelf ook wilt.”

“Die studie heb ik afgemaakt, ik ben nu ingenieur, maar ik had er niets mee. Als ik aan iets begin, maak ik het af, zo ben ik. Ook als het moeilijk of niet fijn is: toch afmaken. Nu begrijp ik waarom mensen als mijn ouders zo dachten. Ze wilden die offers niet voor niets hebben gemaakt. Jarenlang het werk doen dat blanke Nederlanders zelf niet willen doen, tegen bizarre voorwaarden. Ze wilden dat de kinderen hun leven in eigen handen hadden.”

‘Ik ben altijd bezig met: hoe kan ik mezelf blijven uitdagen, wat kan ik nog meer spelen?’ Beeld Erik Smits
‘Ik ben altijd bezig met: hoe kan ik mezelf blijven uitdagen, wat kan ik nog meer spelen?’Beeld Erik Smits

Hoe doe jij dat nu?

“Die les van mijn ouders heb ik altijd onthouden: zorg dat je zelf de regie houdt. Ik heb nu een stabiel leven en een vast inkomen. Door mijn afbouwbedrijf hoef ik niet te leven van het acteren. Ik neem alleen de rollen aan die ik echt wil spelen.”

“Ik zeg tegen al mijn collega’s: Nederland is een klein land met niet genoeg producties voor alle acteurs. Je krijgt een moment om te shinen, maar dat blijft niet altijd zo. Ook als je veel op tv bent geweest; na jou komt er weer een nieuwe lichting en ga jij het moeilijk krijgen. Zorg dat je iets ernaast hebt.”

“Sommige collega’s denken: ik ben zo interessant dat het mij niet gaat overkomen. Veel mensen leven in het moment en denken niet aan later. Kijk naar wat de afgelopen jaren is gebeurd met corona, daar had niemand rekening mee gehouden.”

Is Mocro Maffia een Amsterdamse serie?

“Het is universeel, net als de drugshandel waar het verhaal over gaat. De oorsprong ligt in Amsterdam, maar de serie speelt ook in Rotterdam, Den Haag, Antwerpen, Düsseldorf, Spanje... De titel Mocro Maffia is er gekomen omdat een meerderheid van de groep Marokkaans was, maar er zaten ook Surinamers, Nederlanders en Colombianen bij.”

Artikel gaat verder onder de video

Herken je het taalgebruik in de serie uit Amsterdam?

“Het mooie van integratie is dat talen zich vermengen. Je kunt in één zin Nederlandse, Turkse, Marokkaanse en Surinaamse woorden gebruiken. Net als in Arabische landen zie je dat er twee talen ontstaan: de taal die je op school leert en de taal die op straat wordt gesproken. Bij ons thuis gebruiken we Nederlandse woorden waar we een Arabische draai aan geven. Bijvoorbeeld lopil in plaats van lopen. Dan betekent het: wij lopen, met z’n allen. Of kifesh, een Arabisch woord dat nu van iedereen is.”

Twee punten van kritiek zullen ook nu weer worden genoemd. Eén: de serie zou criminaliteit verheerlijken.

“Ik vraag altijd aan mensen of ze één scène uit de hele serie kunnen noemen waardoor je denkt: ja, dit wil ik ook, ik word morgen drugshandelaar. Daar is nog nooit een antwoord op gekomen.”

Twee: de serie zou stereotypen over Marokkaanse Nederlanders bevestigen.

“Hier raak ik zo geïrriteerd van. Als je dit vindt, zeg je dus dat 100 procent van de Marokkanen in Nederland criminelen zijn. Als je op Gomorra afgaat, zouden alle Italianen boeven zijn. Er wordt zo veel moois gemaakt: Meskina, Zina, Marokkaanse bruiloft. En ook Mocro Maffia ja.”

“In Marokkaanse bruiloft speel ik de good guy. Meer Walid, meer lichtheid dan Mocro Maffia. Ik ben altijd bezig met: hoe kan ik mezelf blijven uitdagen, wat kan ik nog meer spelen?”

CV

Acteur Walid Benmbarek (Amsterdam, 1980) speelt in de Videolandserie Mocro Maffia en heeft een hoofdrol in de film Marokkaanse bruiloft, die 19 mei uitkomt. Naast zijn werk als acteur is hij mede-eigenaar van Dibostuc, een afbouwbedrijf uit Oegstgeest.

De stad van... Walid Benmbarek

Echt Amsterdams
“De levendigheid als ik met de auto door de stad rijd.”

Accent
“Het is ingewikkeld geworden. Vroeger praatte ik gewoon plat Amsterdams. Mijn compagnon, die ik elke dag spreek, komt uit Leiden, dat accent heb ik ook een beetje overgenomen. En in Mocro Maffia moet ik weer Marokkaans klinken. Het is een rommeltje.”

Huur of koop
“Ik ben superblij dat ik heb gekocht. Stenen is altijd goed. Op IJburg heb ik een woning en nog een appartement.”

Randstad versus provincie
“Dat Amsterdammers arrogant zouden zijn, is helemaal niet waar, dat stempel hebben we gekregen van mensen uit de provincie. Terwijl zij altijd bij ons willen komen en uitgaan. En dat begrijp ik: het is hier gezellig.”

Rust en drukte
“Rust vind ik op IJburg. En wat de drukte betreft: vroeger ging ik zeker twee keer per maand uit, in het centrum. Ik hou van dansen en muziek en uit eten gaan.”

Robert Vuijsje. Beeld Erik Smits
Robert Vuijsje.Beeld Erik Smits

SERIE

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat? vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 6. Eerder interviewde hij Stephanie Archangel, conservator van het Rijksmuseum, Cliff en Polo Chan van restaurant Nam Kee, ondernemer Mohamed Mahdi, Jeroen Krabbé en actrice Dilan Yurdakul. Lees hier ons interview met Robert Vuijsje over zijn serie.

Meer over