PlusNieuws

102.000 stenen voor Namenmonument: ‘Het is met geen pen te beschrijven’

Holocaustoverlevende Mieke Bloemendal legde woensdagochtend de laatste steen, die van de 40-jarige Isaac van Rooijen. Beeld Dingena Mol
Holocaustoverlevende Mieke Bloemendal legde woensdagochtend de laatste steen, die van de 40-jarige Isaac van Rooijen.Beeld Dingena Mol

De laatste steen van het Holocaust Namenmonument in het Weesperplantsoen is woensdagochtend gelegd. ‘Toen ik net begon met metselen, keek ik naar elke naam en ging ik nadenken. Dat doet wel wat.’

Op de bouwplaats in het Weesperplantsoen wordt nog volop gewerkt. Een metselaar neemt de stenen met kleine oneffenheden onder handen, bouwvakkers plaatsen een groen hek aan de achterkant en andere werknemers bouwen een trap bij de aangrenzende Hoftuin, een van de drie toegangen van het Holocaust Namenmonument. Op het monument, dat in september officieel wordt geopend, staan alle 102.000 namen van uit Nederland gedeporteerde en vermoorde Joden, Roma en Sinti.

Het is een dag vóór de laatste steenlegging. Jacques Grishaver, initiatiefnemer van het monument en voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, geeft een rondleiding. Hij loopt langs de rijen muren van het 250 meter lange monument die een labyrint vormen. De muren en erboven gelegen spiegelende roestvrijstalen platen vormen de vier Hebreeuwse letters tekens voor het begrip In Memoriam.

Alfabetische volgorde

“De stenen met de namen zijn het verleden en het staal spiegelt het leven eromheen,” zegt Grishaver (79). De tinten van de stenen wijken iets af in kleur, wat de muur levendig maakt. Er staan banken bij het monument en er zijn nieuwe bomen geplant.

Grishaver stopt even bij de letter S: Celien Schellevis – 2 jaar, Bob Schellevis – 2 maanden, Betty Schellevis – 3 jaar en Barend Schellevis – 58 jaar. Dan loopt hij verder naar de andere kant van het monument. “Tjongejonge, wat zijn het veel stenen,” mompelt hij terwijl hij even stilhoudt bij de naam Grishaver. Hij wijst naar de naam Samuel Grishaver, 58 jaar oud. “Dat is de broer van mijn opa.”

Elke steen van het 102.000 namen tellende monument heeft de volle aandacht gehad van Pieter van den Berge (50), directievoerder die de belangen behartigt van het Nederlands Auschwitz Comité. Hij controleert of de naam op de juiste muur en in de juiste alfabetische volgorde staat en of de naam en geboortedatum goed geschreven zijn.

“De eerste twee, drie maanden was het zwaar. Het jongste slachtoffer was 1 maand oud, de oudste, als ik het me goed herinner, 106 jaar. Het kwam zo hard binnen. Het is met geen pen te beschrijven. Hele families zijn volledig uitgemoord. Heel jonge kinderen en heel oude mensen,” zegt Van den Berge. “Dat je zo op je 106de aan je eind moet komen.” Zijn collega, metselaar Idze van Heerde (59), greep het ook aan. “In het begin keek ik naar elke naam en ging ik nadenken. Dat er mensen waren die deze moord hebben begaan. Dat doet wel wat. Nu het klaar is, zie je de omvang.”

Op sommige stenen is een kruis getekend omdat er een oneffenheid in de steen zit of omdat de tekst misschien ietwat onleesbaar is. Van Heerde: “Soms zit er een klein pitje in. Soms staat de tekst een beetje scheef. Die stenen worden nog vervangen.”

Het wordt Grishaver die, evenals zijn ouders, de oorlog in de onderduik wist te overleven, te veel om bij alle stenen van zijn vermoorde familieleden stil te staan. “Ik heb genoeg verdriet gehad in mijn leven.”

Lange juridische strijd

De eerste paal voor het Namenmonument ging in juni 2020 de grond in. De eerste steen werd in september gelegd door de 91-jarige Jacqueline van Maarssen, jeugdvriendin van Anne Frank. De laatste steen met de naam van de 40 jaar oude Isaac van Rooijen is vanochtend gelegd door de 79-jarige Mieke Bloemendal-Olman, van wie veel familieleden zijn omgebracht.

Nabestaanden, bedrijven, ondernemers, scholen, clubs en tal van particulieren adopteerden een naam. De Eerste en Tweede Kamer adopteerden de namen van vier Joodse Kamerleden die omkwamen tijdens de Holocaust. Van het hiermee opgebrachte geld is een deel van het monument betaald. Het rijk en de gemeente Amsterdam namen het grootste deel van de kosten voor hun rekening.

Aan de bouw ging een lange juridische strijd vooraf, omdat omwonenden de locatie niet geschikt achtten en het ontwerp van de Pools-Joods-Amerikaanse architect Daniel Libeskind te groot vonden. Ze vreesden ook voor onveilige situaties en procedeerden tot aan de Raad van State. Deze oordeelde uiteindelijk in oktober 2020 dat het Namenmonument er kon komen en de gemeente de vergunning voor het monument op de juiste wijze had verleend.

Het terrein van het Namenmonument zal ’s avonds en ’s nachts om veiligheids­redenen worden afgesloten.

Meer over